Ivo schrijft...

hpdetijd
Ivo van Woerden (1979) is sinds juni 2010 redacteur bij HP/De Tijd. Daarvoor werkte hij als freelance journalist voor o.a. de Volkskrant, Algemeen Dagblad, Revu, Viva, Vrij Nederland en De Morgen.
Bestel het boek


Reageren?
U kunt mailen naar info@ivovanwoerden.com
of schrijven naar
Ivo van Woerden
postbus 25268
3001 HG Rotterdam

Arjan Ederveen: 'Ik heb geen toeters en bellen meer nodig'

arjan eederveen
In zijn nieuwe show staat Arjan Ederveen voor het eerst alleen op de planken. Desondanks is het vintage Ederveen: absurdistisch, over het randje en toch relevant. Een gesprek over theater, relaties en het slijten der dagen. ‘Ik zit in de puberteit van de ouderdom.’

“De heroïnespuit is missing,” zegt Arjan Ederveen (55) tegen een dame van het productieteam. Hij staat in de zaal van het Amsterdamse Polanentheater, waar elk moment de doorloop van zijn onemanshow Ederveenzaamheid kan beginnen. “Weet je zeker dat die niet bij je thuis ligt?” riposteert de dame. “Nee,” antwoordt Ederveen, “ik heb hem hier gister nog gebruikt.”
De spuit hoort op een blok te liggen dat hij straks zal gebruiken als hij in de hoedanigheid van politicus Wouter een presentatie houdt over een ‘carpoolplaats slash tippelzone’. Het blok staat dan model voor een ‘gebruikerskeet’, en de spuit maakt deel uit van een wedstrijdwinnende inzending van een kunstenares. Het is de bedoeling dat de spuit vanaf het dak van de keet water sproeit in een grote lepel. We moeten de spuit er tijdens deze repetitie maar even bij denken.
De heroïnefontein is een treffend voorbeeld van het werk van de man die met Theo en Thea, Kreatief met kurk, 30 minuten en tal van cabareteske stukken landelijk bekend werd. Absurdistisch, op de grens van het toelaatbare of er zelfs over mits het op de lachspieren werkt, en het indirect zegt het bovendien iets over onze maatschappij.
Albert Verlinde is vandaag ook bij de repetities, als producent van deze show. “Wat zo knap is,” zegt Verlinde, “is dat je denkt dat die wereld van Arjan op zichzelf staat. Maar als je het geheel bekijkt, blijkt het pijnlijk herkenbaar te zijn.”
De regisseur is Rick Hoogendoorn, die Arjan nog kent van de kleinkunstacademie. “Het stuk is gênant, grappig en gevoelig,” vindt Hoogendoorn. “Er is weinig decor, want het is crisis, dus ook op het podium. Voor Ar is het van belang dat hij zijn teksten kent. Als hij die maar beheerst, komt het goed.”
Met die teksten gaat het deze repetitie nog niet zo lekker. Hij krijgt ze maar met moeite in zijn hoofd gestampt, vooral door zijn handicap: dyslexie. Daarom spreekt hij iedere ochtend af met een werkstudent die twee uur lang de tekst met hem doorneemt. Tijdens de doorloop zal ze hem af en toe onderbreken: “Ar. Het is ‘gedooghonden’.”
Ederveen: “Shit! Gedooghonden!”

Het volledige artikel uit deze editie (41/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Zij kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Het gezin van 2050

wk40-2011
Hoe ziet het gezin van de toekomst eruit? Waar wonen we? Hoe leven we? Jan Latten, hoogleraar demografie aan de UvA, analyseert trends in de ontwikkeling van de bevolking en kijkt vooruit. "De alleenstaande man zonder fatsoenlijke opleiding krijgt het heel moeilijk."

U ontwikkelt een visie op de toekomst door huidige generaties te analyseren. Kunt u een typering geven?
“De huidige twintigers en dertigers zijn in zekere zin compromisloos. Veel van hen zijn gewend dat alles wat ze willen ook kan en mag. Het recht op vrije keuze is ze met de paplepel ingegoten toen ze opgroeiden in een periode dat de welvaart enorm toenam. Die onbelemmerde keuzevrijheid zet zich vast in iemands karakter als een soort recht.
“In mijn boek Liefde à la Carte, dat ik samen met Malou van Hintum heb geschreven, staat een interview met een dertigjarige historica die het uit had gemaakt met haar vriend omdat ze bang was dat hij de laatste man zou zijn waar ze ooit seks mee zou hebben. Ze keek naar wat ze niet had en veronderstelde recht te hebben op meer. Keuzestress in opperste vorm. Het resultaat: doelloos lovehoppen. Het lijkt op jobhoppen, ook zo’n onrust die past bij de huidige twintigers en dertigers.”

Waar komt dat onrustige gedrag toch vandaan?
“Het heeft uiteraard te maken met onze economie, die eist dat we flexibel zijn en ons nergens aan binden. Loyaal zijn aan een werkgever is onderhand sullig geworden. Maar ook ontkerkelijking speelt een rol. Van de huidige autochtone jeugd is de meerderheid niet meer gelovig, blijkt uit cijfers van het CBS. Toen iedereen nog in een opperwezen geloofde, accepteerde men het leven als een tranendal en ging men ervan uit dat het in het hiernamaals allemaal beter zou worden. Met de ontkerkelijking kwam het besef dat het leven eindigt bij de dood. Daarmee is de druk heel hoog om er nú alles uit te halen wat erin zit.
Je bent zelf verantwoordelijk geworden voor je geluk of ongeluk. Is iets niet leuk, dan ben je het bijna aan jezelf verplicht om over te stappen naar iets anders. Hét kenmerk van een maakbaar leven. Daarom zijn nieuwe generaties zo geobsedeerd met het maximale uit het leven te halen. Ze durven tegen niets ‘nee’ zeggen. Stel dat je iets mist? Uiteindelijk kan dat voor sommigen een groot probleem worden. Het is in wezen zielig als het je in een wereld van ongekende mogelijkheden ontbreekt aan zelfdiscipline, aan inzicht dat je jezelf ook weleens iets moet kunnen ontzeggen.”

Het aantal alleenstaanden neemt volgens het CBS zelfs nog met één miljoen toe.
“Door lovehoppen zijn er meer echtscheidingen en blijft men tussen relaties door langer alleen.”

Een heel andere reden voor de toename in alleenstaanden is volgens het CBS de vergrijzing. Die is in 2038 op zijn hoogtepunt, met 4,5 miljoen 65-plussers – twee miljoen meer dan nu. Terwijl er nu al te weinig mensen zijn die in de ouderenzorg willen werken. Nemen we daarom in de toekomst onze ouders weer ouderwets in huis?
“Nee, een kwart van de toekomstige ouderen heeft niet eens kinderen die hen in huis zouden kunnen nemen, en ik denk dat de overige ouderen dat niet willen.”

Het volledige artikel uit deze editie (40/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Zij kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Van top tot teen in plastic

wk32_2011
Hoe is het om iemand in quarantaine te verplegen? HP-redacteur Ivo van Woerden werkte in het ziekenhuis en weet nog goed hoe ingewikkeld dat is. Bovendien is het systeem niet waterdicht. 'Weer dat marsmannetjestenue aan om een boterham met kaas te bezorgen.'
Het volledige artikel uit deze editie (32/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees. Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Het pop-up-restaurant

afbeelding-3_2
Internet maakt veel nieuwe dingen mogelijk. Bijvoorbeeld zomaar ineens een menigte optrommelen. Hoe gekker de locatie, hoe beter. HP/De Tijd bezocht vijf van deze mini-evenementen. Hieronder het pop-up-restaurant.



Het begint met een aankondiging op Facebook. Daar lezen we dat het Guerilla Restaurant, een eenmalige eetgelegenheid in Amsterdam, in aantocht is. We willen dat weleens meemaken, al blijkt dat lang niet zo makkelijk.
Eerst moeten we naar café Struik aan de Rozengracht voor een kaartje. We betalen 25 euro en kiezen welke eetronde we willen bijwonen: die van 19.00 uur, 23.00 uur of 03.00 uur ’s nachts. Het wordt de eerste. Op ons ticket staan een telefoonnummer en een instructie (in het Engels): bel op deze datum na 12.00 uur voor de locatie.
Als we die middag bellen, wordt er niet opgenomen, maar horen we op de voicemail dat vandaag de locatie bekendgemaakt zal worden. Precies, daar bellen we dus voor. Ook bij herhaaldelijk terugbellen neemt niemand op. Tot ineens de voicemail is veranderd. We horen dat we naar Amsterdam-Noord moeten, de weg uit moeten lopen, een keer linksaf moeten en een brug vol graffiti zullen passeren. We lopen een flink eind.
Dan zien we om 19.00 uur een groep mensen voor de deur van een oud uitziend bedrijfspand staan. Ze zijn jong en hip: mooie slanke meisjes met weinig make-up, kleding alsof het zomaar van de rommelmarkt is geplukt (maar dan wel in de juiste tinten oranje, bruin of met een rood of blauw houthakkersruitje), het haar in een achteloos oma-knotje en jongens met baarden, skinny jeans en T-shirts met diepe decolletés.
De deur gaat open. Binnen staan picknicktafels klaar waar alle tachtig bezoekers dicht, héél dicht op elkaar aan kunnen schuiven. Door de speakers klinkt salsamuziek, en er is een interactieve kunstinstallatie waarmee we met licht kunnen schrijven.
Dan komt langzaamaan het eten. Eerst sushi. Dan miso-soep. Vervolgens mie met groene asperges, ingemaakte lotuswortel en kabeljauw. Na elke gang geven we de borden aan elkaar door en helpen we de bediening met afruimen.
We drinken bier en wijn. En we praten. De sfeer is ontspannen, hippieachtig bijna.

Het pop-up restaurant blijkt avonturiers te trekken. “Je weet niet wat je te wachten staat en je komt op plekken waar je anders nooit zult komen,” zegt Els Minsink (29) terwijl ze met de armen over elkaar in de rij staat voor het enige toilet in het gebouw. “Ik hou van afwisseling en vernieuwing.”
Tim Injo, die bij het organiserende collectief Hotmamahot hoort, sluit zich daarbij aan: “Als het allemaal wat onduidelijk en geheimzinnig is, vinden mensen het veel interessanter en spannender om te komen. Daarom zijn zowel het menu als de locatie geheim.”
Als wegens onwaarschijnlijk noodweer de lichten uitvallen en er kaarsen en later zaklampsleutelhangers worden uitgedeeld, weten we het zeker: we hebben er wat voor over moeten hebben, maar dit kunnen we morgen aan iedereen vertellen die geen kaartje heeft kunnen bemachtigen.

Het volledige artikel uit deze editie (28-29/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees. Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

De dag dat Alphen rood kleurde

HPT28-29 Alphen



Drie maanden geleden schoot Tristan van der Vlis drie wapens leeg op de winkelende mensen in de Ridderhof in Alphen aan den Rijn. Zeventien mensen raakten gewond, zeven mensen, inclusief hijzelf, overlijden ter plekke. Wat gebeurde er die dag precies, en wie waren de slachtoffers?

Peter Onyegbari kijkt Tristan van der Vlis recht in de ogen en ziet totale rust. Koelte. Tristan, een jongen van 24, draagt camouflagekleding en een dikke zwarte jas. Hij heeft een geweer vast dat hij omhoog houdt tegen zijn borst. De loop wijst naar de helderblauwe lentelucht.
Het is zaterdag 9 april, iets voor twaalf uur ’s middags, en de 45-jarige Peter, van oorsprong een Nigeriaan, is net winkelcentrum de Ridderhof in Alphen aan den Rijn uit gelopen, via de uitgang naar het Carmenplein. Vlak achter hem loopt een Syrische man, Nadim Youssef. Onder aan de trap komt Peter een oude bekende uit Leiden tegen. Hij blijft staan en draait zich om naar zijn vriend. Nadim loopt door naar zijn auto, die vlak voor hen aan de stoep is geparkeerd, en steekt zijn autosleutel in het slot.
Net als Peter met zijn kennis wil gaan praten, hoort hij ‘ratatatata’. Hij draait zich om en hoort glasgerinkel. De autoruiten sneuvelen rond Nadim, die nog steeds voorovergebogen staat en zijn sleutel probeert om te draaien. Dan ziet Peter Nadim naar zijn buik grijpen, terwijl hij kreet slaakt. Ten slotte zakt hij op de grond in elkaar.
Peter begrijpt niet wat er gebeurt. Is het een spelletje? Wordt er iets nagespeeld uit een film? Hij kijkt om zich heen om te zien waar het geluid vandaan is gekomen.
Als hij aan zijn vriend wil vragen of die soms weet wat er aan de hand is, ziet hij hem vanuit zijn ooghoek wegrennen. Daarna ziet hij Tristan.
Tristan laat zijn geweer langzaam zakken en richt dan in Peters richting. Het enige dat Peter kan denken is: weg!
Alles gaat razendsnel. Hij laat de boodschappentassen met gehakt, pepers en broodjes uit zijn handen vallen en zet het op een lopen. ‘Ratatatatata’ hoort hij weer, nu achter zich. De kogels vliegen om hem heen. Dan voelt hij hoe de koude stukjes metaal de achterkant van zijn armen raken, zich er met het volste gemak doorheen boren en de andere kant van zijn armen met bloed en al weer naar buiten komen.
Hij weet dat ik hem gezien heb, denkt Peter. Hij wil geen getuigen. Hij wil mij dood hebben. Hij komt achter me aan. Niet omkijken. Doorrennen. Peter heeft zijn slippers uit getrapt om vaart te kunnen maken.
Tussen het Carmenplein en de Burgemeester Bruins Slotsingel is een fietssluis – drie strategisch geplaatste hekken tussen restaurant Pyramide en een flatgebouw – die moet zorgen dat voorbijgangers niet al te veel vaart kunnen maken. Maar die hindernis kan Peter nu niet gebruiken. Niet stoppen, springen! denkt hij. Hij zet zich af met zijn ene been, en terwijl hij de lucht in gaat, hoort hij achter zich opnieuw: ratatatata. In zijn sprong voelt hij de kogels die waarschijnlijk voor zijn bovenlichaam waren bestemd in zijn bovenbenen dringen. Door zijn linkerbeen komt één kogel weer naar buiten. Een andere blijft zitten. Hij verliest zijn evenwicht en valt over het hekje. Doorgaan, denkt Peter. Niet blijven liggen. Lopen. Weg!

Het volledige artikel uit deze editie (28-29/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees. Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

In de regen met Geert & Gerda. 'Bill Clintons charisma is verbluffend'

clintonachlum
HP/De Tijd-journalist Ivo van Woerden mocht afgelopen weekend spreken bij de Conventie van Achlum. Net als Bill Clinton. "De kenmerkende haardos van Geert Mak is zwaar van het regenwater. Eigenlijk is alleen Thomas von der Dunk droog - maar die draagt dan ook een leren motorpak."

Er hangt een regendruppel aan de neus van Sesamstraat-coryfee Gerda Havertong. Ze trekt haar doorzichtige poncho verder over haar hoofd. De kleurige doek die ze voor deze gelegenheid heeft opgedaan, wordt geplet door het plastic.

Het is zaterdag 28 mei en Havertong zit samen met een keur aan gastsprekers op de voorste rijen voor de Zwaan, een open podium op de conventie van Achlum. Voormalig Minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders is er ook. Hij heeft geen poncho kunnen bemachtigen, dus is zijn pak nat. "Hé Gerda!" roept Koenders. ‘Wat zie je er goed uit!’"Havertong lacht haar aanstekelijk lach, al horen we er ook een beetje kiespijn in.
Zo meteen komt voormalig president van de Verenigde Staten Bill Clinton een key note speach houden. De hele dag had het al flink gewaaid op deze bijeenkomst in het Friese dorpje waar 200 jaar geleden zorgverzekeraar Achmea is opgericht. Kosten noch moeste zijn gespaard: Honderdvijftig sprekers en tweeduizend genodigden hebben er daarom van gedachten gewisseld over de toekomst en over solidariteit. Door de komst van Clinton is Achlum hermetisch afgesloten.

En nu, vlak voordat het goed beveiligde Friese veld een van de bekendste wereldleiders mag verwelkomen, stormt het op de conventie van Achlum. Er is een run op Achmea-poncho’s en Achmea-paraplu’s. Er is sprake van het verplaatsen van Clinton naar een van de overdekte tenten bij het Kaatsveld. Maar die blijken, zo gonst het in de oude kerk en in sommige boerderijen, niet goed beveiligd te kunnen worden op mogelijke aanslagen.

De vraag is of Clinton genoeg starpower heeft om de bezoekers en sprekers van deze conventie in de zeikregen te laten staan om naar hem te luisteren. Dat heeft hij. Daarom hangt er nu ook een regendruppel aan de neus van Erben Wennemars en is de kenmerkende haardos van Geert Mak zwaar van het regenwater. Eigenlijk is alleen Thomas von der Dunk droog - maar die draagt dan ook een leren motorpak.

Dan komt Clinton op. Gerda Havertong houdt even haar adem in en Bert Koenders filmt alles met zijn iPhone. Clinton leunt een beetje op het katheder en zet sommige woorden kracht bij met een stevig handgebaar. Zijn charisma is verbluffend. Hij zegt: “I love the Netherlands." Hij zegt: “Wees solidair”. En hij grapt dat als hij zelf solidair was, hij ons allemaal op het podium zou vragen om uit de regen te kunnen blijven.

Als Clinton is uitgesproken staat Gerda Havertong op en speert naar de uitgang. Op zoek naar warmte op de conventie van Achlum.

Niet kosjer: de rabbi, de declaraties en de 'spookstudenten'

cover Evers
Miljoenen euro's aan subsidie kreeg het Nederlands-Israëlitisch Seminarium om rabbijnen op te leiden, maar sinds 1960 is er geen een afgestudeerd. Waar het overheidsgeld dan wel heen ging? Onder andere naar de onkosten van mediarabbijn Evers. 'Dit gaat echt te ver. We moeten schoon schip maken'.

De joodse basisschool Rosj Pina oogt als een vesting. Uit angst voor aanslagen staat er een muur omheen, houden camera’s iedere hoek in de gaten en houdt voor een stalen deur een beveiliger met een opzichtig ‘oortje’ de wacht. We willen naar binnen voor onze afspraak met Bas de Bruijn, sinds een jaar voorzitter van het Nederlands-Israëlitisch Seminarium (NIS). Dit opleidingsinstituut voor rabbijnen huurt een paar lokalen van Rosj Pina. Hoewel De Bruijn ons verwacht, vraagt de beveiliger ons het hemd van het lijf. Wie zijn we? Wat komen we doen? We laten onze identiteitsbewijzen zien en dan gaat de zware metalen deur open. Bas de Bruijn vangt ons op en gebaart ons te gaan zitten in een vergaderruimte met her en der hoge stapels boeken. Het is er zo overvol omdat het NIS net is verhuisd en De Bruijn naar eigen zeggen bezig is met een stevige reorganisatie.
Als we onze tipgevers, prominenten uit de joodse gemeenschap, mogen geloven, is dat broodnodig. Driekwart jaar geleden benaderden ze HP/De Tijd, onafhankelijk van elkaar, met tips over fraude bij het NIS.
Ze willen anoniem blijven. “Anders word ik uit de gemeenschap verstoten,” zegt de een. “Mijn kinderen moeten gewoon naar joodse les kunnen blijven gaan,” verklaart de ander. “Maar ik wil dat dit naar buiten komt, omdat het onze gemeenschap verziekt en corrumpeert. De joodse gemeenschap is normaal gesproken vrij gesloten, maar we moeten schoon schip maken. Zowel overheidsgeld als geld uit de joodse gemeenschap wordt misbruikt.”
Onze bronnen hebben het over ‘spookstudenten’ en over ‘onterecht uitgeschreven diploma’s’ bij het door het Rijk gesubsidieerde seminarium. Daarnaast zou rector Evers exorbitante kosten maken. Daarvoor wordt, aldus de bronnen, overheidsgeld gebruikt dat is bestemd voor het opleiden van rabbijnen en orthodox-joodse docenten.
Volgens goed journalistiek gebruik checkten we de verhalen. Dat resulteerde in een lange zoektocht die steeds meer op een soap ging lijken, compleet met vreemde telefoontjes, verwensingen en een bizarre mail van ene ‘Deep Throat’.

Het volledige artikel uit deze editie (14/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Zij kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Hoe homovriendelijk is Nederland?

homospecial
Hoe kijken we in Nederland tegen homo’s en lesbiennes aan?
Maurice de Hond deed voor HP/De Tijd onderzoek naar de tolerantie. De cijfers stellen gerust: homoseksualiteit is breed geaccepteerd, al hoeven we Amsterdam niet per se terug als roze hoofdstad en voelen homo’s zich steeds minder veilig.

Stelt u zich de volgende bordesscène voor: kroonprins Willem-Alexander schraapt zijn keel, wriemelt zenuwachtig aan zijn colbertjasje en zegt onder het oog van snorrende camera’s dat hij iets moet opbiechten dat hij al té lang verborgen heeft gehouden: hij wordt de eerste homoseksuele koning van Nederland. Is dat dan een probleem? Welnee, 83 procent van de Nederlanders zou zijn geaardheid niet als obstakel zien. Mocht minister-president Mark Rutte – wellicht aangewakkerd door de bekentenis van Willem-Alexander – melden dat hij niet op zoek is naar een first lady, maar naar een first husband, doen we daar eveneens niet moeilijk over. Slechts 14 procent van de Nederlanders zou dat een probleem vinden. Trouwen? 86 procent van de Nederlanders vindt het prima dat homo’s en lesbo’s met elkaar in het huwelijk kunnen treden, en liefst 71 procent vindt dat zij ook kinderen moeten kunnen adopteren.
Kortom: homoseksualiteit is in Nederland alom geaccepteerd, blijkt uit onderzoek van Maurice de Hond, dat hij speciaal voor HP/De Tijd deed. Hij ondervroeg 2000 mensen naar hun opvattingen over homoseksualiteit. “Als je hetzelfde onderzoek twintig of dertig jaar geleden had gedaan, dan had je niet dit soort positieve cijfers gezien,” zegt De Hond.
Op de vraag ‘Denkt u dat homoseksualiteit is aangeboren?’ antwoordt 70 procent van wel, 13 procent weet het niet en 17 procent denkt van niet. Zelfs onder homoseksuelen is niet iedereen het daar over eens. De Hond deed een vergelijkend onderzoek onder 500 homoseksuelen. 4 procent van de homomannen en lesbische vrouwen denkt niet dat het aangeboren is. Respectievelijk 7 procent en 10 procent wisten het niet zeker.
Openlijke vertoning van affectie wordt van homoseksuelen aanstootgevender gevonden dan bij heteroseksuelen. Als een man en vrouw op straat zoenen, vindt een kwart van de Nederlanders dat storend. Als twee vrouwen zoenen, heeft een derde daar problemen mee. En als twee mannen zich niet in kunnen houden, stoort 45 procent zich daaraan.
Overigens, homoseksuelen vinden dat zelf ook niet altijd even prettig om te zien. “Ze zijn er iets vrijer over in hun gedachten, maar het is toch nog een redelijke groep,” zegt De Hond. Een vijfde van de homomannen die andere mannen zien zoenen, vindt dat aanstootgevend. Al vinden ze dat van een man en een vrouw nog vervelender (27 procent). Lesbische vrouwen vinden grappig genoeg andere kussende lesbiennes iets moeilijker om naar te kijken dan een kussend heterostel (28 procent tegenover 25 procent).

Het volledige artikel uit deze editie (13/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Hoe homo's verschillen van hetero's

homotest
Intomart GfK peilde hoe homo's verschillen van hetero's. Het onderzoek is nog maar net klaar, HP/De Tijd heeft de primeur. Welkom in Homoland, waar de dames zich als heren gedragen en vice versa.

Klopt het vooroordeel dat homomannen veel crèmes gebruiken, dat ze graag stappen en dat ze veel geld besteden aan kleding? En kiezen lesbiennes voor een technische opleiding en stappen ze in hun vrije tijd op de motor?
Voor het eerst is onderzoek gedaan naar de levensstijl van homoseksuelen. Lex van Meurs, research director bij onderzoeksbureau Intomart GfK is de laatste gegevens nog aan het verwerken, maar geeft HP/De Tijd vast de primeur: uit zijn onderzoek blijkt dat veel stereotypen over homo’s en lesbiennes waar zijn.Van Meurs vergeleek in een groep van 74.000 mensen de homo’s met de hetero’s. “We hebben profielen gedraaid en gevraagd naar opleiding, huisvesting, relaties, inkomen en waar dat aan besteedt wordt.”
Hij ontdekte dat homomannen relatief vaker een zorgopleiding volgen, een kunst en cultuurstudie kiezen of zich in talen verdiepen. Lesbische vrouwen kiezen relatief vaker voor een ICT- of techniekopleiding en zijn ook meer dan heterovrouwen terug te vinden in de land- en bosbouw en visserij.
Homo’s komen in alle sociale klassen in gelijke mate voor, maar homoseksuelen zijn over het algemeen wat hoger opgeleid dan heteroseksuelen. Ze wonen vooral in de grote stad, met name in Amsterdam (waar één op de zeven een onderkomen heeft). 64 procent van de homomannen en 70 procent van de lesbiennes zegt een relatie te hebben, tegenover 84 procent van de heteromannen en 78 procent van de heterovrouwen.
Homo’s zijn dus vaker alleenstaand. Ze bewonen vaker een zelf aangekochte etagewoning en besteden hun geld anders. Eén op de drie homomannen zegt bijvoorbeeld waarde te hechten aan modieuze merkkleding of producten – dat is bijna twee keer zo veel als heteromannen. Het merk Apple is zeer populair: iMacs, iPods en iPads worden twee keer zo veel aan homo’s verkocht als aan hetero’s.
Ook zeggen homo’s regelmatiger uit te gaan en vinden ze het belangrijker dan hetero’s om trendy en chique clubs te bezoeken. Ze drinken meer: 8 glazen alcohol per week, waar hetero’s 7,1 glas per week achteroverslaan. “Al denk ik wel dat mensen zoiets moeilijk in kunnen schatten en dat snel aan de lage kant houden,” zegt Van Meurs. Wat hem daarbij opviel, was dat homomannen vaker wijn drinken dan bier en ook meer gedestilleerde drank tot zich namen. Lesbiennes hebben overigens de grootste voorkeur voor bier en drinken ook bijna twee keer zo veel als heterovrouwen.
Een ander opvallend verschil: homomannen besteden veel meer geld aan cosmetische producten dan heteromannen. Grote kans dat in hun badkamers dag-, oog- en antirimpelcrèmes, scrubs en camouflageproducten te vinden zijn. Lesbiennes gebruiken juist minder make-up dan heterovrouwen. Alleen haargel is erg populair. Homo’s kiezen ook voor andere winkels. De Bijenkorf is een uitschieter naar boven. Stel dat u daar bij een volgend bezoek een man ziet bij een kledingrek, dan is de kans groot dat het hier om een homo gaat: de Bijenkorf is onder homo’s 2,5 keer populairder dan onder heteromannen. Daarnaast is reizen populair. De lesbienne zit graag op de motor en over het algemeen gaan homoseksuelen ook vaker op vliegvakantie.
Hoewel dit allemaal generalisaties zijn en geen enkele homoseksueel of heteroseksueel zich identiek gedraagt, maakt het onderzoek wel duidelijk dat de algemene lifestyle van homoseksuelen anders is. Homotijdschriften zullen met dit onderzoek in hun handjes klappen: weer een argument om adverteerders mee te paaien!

Test úw homokennis in de HP/De Tijd van deze week.

De lange weg naar het homohuwelijk

homospecial
Op 1 april 2001 had Nederland de wereldprimeur toen in Amsterdam vier homostellen trouwden. Mies Bouwman, Boris Dittrich, Job Cohen en andere hoofdrolspelers vertellen.

“Stond ik aan de bakermat van het homohuwelijk?” De stem van Mies Bouwman klinkt oprecht verbaasd en opvallend helder door de telefoon. Normaal geeft de grande dame van de Nederlandse televisie geen interviews, maar voor deze ene keer wil ze een uitzondering maken, al moet ze zelf eerst nog overtuigd worden van haar rol.
Het zit zo: toen in 1977 de Amerikaanse zeer gelovige zangeres Anita Bryant in Florida actie voerde tégen elke vorm van homotolerantie, werd in Nederland juist een protestconcert georganiseerd onder de naam ‘Miami Nightmare’. Henk Krol was een van de organisatoren en belde Mies met het verzoek of ze de avond wilde presenteren. “Die enge Bryant predikte haat tegen homo’s in Amerika,” zegt Bouwman. “Er waren afschuwelijke verhalen van homo’s die zelfmoord pleegden.”

De toezegging van de populaire Bouwman zorgde ervoor dat artiesten in de rij stonden om acte de présence te geven, onder wie de Zangeres Zonder Naam, Pia Beck en Robert Long. De avond werd een daverend succes. “Ik heb daarna een hoop post gekregen,” zegt Bouwman. “In die tijd vonden sommige mensen homo’s walgelijk. Ik dacht alleen maar: waar zijn we mee bezig? Gelukkig is er nu meer vrijheid.”
Krol en de zijnen konden van de recette twee advertenties betalen in grote Amerikaanse kranten, waarin ze het Nederlandse antwoord op de Bryant-campagne konden verduidelijken.

Van de overgebleven 7700 gulden werd de Stichting Gelijke Relatierechten opgericht, die zich tot doel stelde om voor homo’s en lesbiennes een rechtsgeldige relatiebezegeling mogelijk te maken, vergelijkbaar met het bestaande burgerlijk huwelijk. Later ging deze stichting op in Stichting Vrienden van de Gay Krant, die actie bleef voeren voor openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht. Door uw medewerking, mevrouw Bouwman, stond u aan de bakermat van het homohuwelijk. “Het is me wat,” zegt ze. “Zolang de ellende maar ophoudt.”

Toen een jonge Boris Dittrich in Zuid-Afrika deel uitmaakte van de antiapartheidbeweging, had hij contact met jurist Edwin Cameron. We schrijven 1987. “We zaten met een groep mensen bij Cameron thuis,” zegt Dittrich telefonisch vanuit zijn kantoor in New York, waar hij nu directeur is van het Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender Program van Human Rights Watch. “Hij zette toen een boom op over de juridische aspecten aan het mogelijk maken van een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht. Toen besefte ik dat het heel idioot is dat we zomaar accepteerden dat er niet getrouwd mocht worden. Een huwelijk schept rechten en plichten, en je moet de keuze hebben om die wel of niet aan te gaan.”

Het volledige artikel uit deze editie (13/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

'Homo's hebben een goede neus voor zaken'

HenkKrol


Hoe machtig zijn Nederlandse homo's?
Zijn ze goed georganiseerd of kunnen ze nog wel een cursus lobbyen gebruiken?
Homo-activist Henk Krol over de gay vote, roze netwerken en de regenboogcreditcard.


Het volledige artikel uit deze editie (13/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Vrolijk naar het levenseinde

Cover HP Herbergier
In november vorig jaar publiceerde HP/DeTijd een tweeluik over schrijnende toestanden in verpleegtehuizen. Bij nader onderzoek voor de bundel Undercover in de ouderenzorg, Dagboek van een bejaardenbroeder die deze week verschijnt, bleek dat het ook anders kan. Een dag in De Herbergier in Arnhem. ‘Het leven is een feest!’

“Mijn kamer is zo groot als een balzaal, ik mag mijn hondje Binky hebben, en als mensen willen logeren, leg ik een luchtbed op de grond,” zegt Kitty de Rooij (81), ex-verpleegkundige met een opvallend oranje brilmontuur. Ze zit aan tafel in haar appartement dat deel uitmaakt van De Herbergier, een particuliere zorgaanbieder voor mensen met geheugenproblemen in het centrum van Arnhem.
Als Kitty wil uitslapen, kan dat. Als Kitty onder de douche wil, kan dat dagelijks. Als Kitty buiten een ommetje wil maken, loopt er iemand mee. Een wijntje? Geen probleem. Willen bezoekers blijven eten, dan zeggen ze dat tegen het personeel en wordt er ook voor hen gekookt. Er schiet Kitty nog iets te binnen: “Ik zwem en doe aan gymnastiek. O, en de bibliotheek komt aan huis: het leven is een feest!”
Kitty betaalt hier niet de hoofdprijs voor. Haar AOW en een gedeelte van haar pensioen gaan op aan haar appartement, servicekosten en drie maaltijden per dag plus tussendoortjes. De zorg die De Herbergier biedt, betaalt ze van haar persoonsgebonden budget.

Het volledige artikel uit deze editie (10/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Dilemma-dag

Cover HP Verkiezingen2
Op 2 maart worden de belangrijkste Provinciale Statenverkiezingen sinds decennia gehouden. Dit leidt tot allerlei hoofdbrekens voor de kiezer. Vier visies op de verkiezingen.

Het volledige artikel uit deze editie (08/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Kan Ulri de bad guys aan?

cover ulri
Uri Rosenthal had een 'inschattingsfout' gemaakt in zijn contacten met Iran, dat de Nederlandse Zahra Bahrami vervolgens genadeloos ophing.
Is de voormalige rampenprofessor zelf wel crisisbestendig?

Het volledige artikel uit deze editie (06/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Inholland 2002-2005: De manco's van een leerfabriek

coverinholland
Hogeschool Inholland moest meer studenten aan een diploma helpen, tegen lagere kosten. Maar de laatste vijf jaar is de onderwijsmoloch vooral in het nieuws door slecht onderwijs, fraude met diploma's en ruziënde bestuurders. Al twee bestuurders vielen over de affaires. Nu moet Doekle Terpstra, oud-voorzitter van de HBO-Raad, schoon schip maken.

Het volledige artikel uit deze editie van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Ganz ausgekauft!

cover frankfurt
Drie weken lang werden onze topkunstenaars bewierookt tijdens de Cultural Days in Frankfurt. Kosten: vier ton, opgebracht door de Nederlandse en de Europese belastingbetaler. Hebben Henk en Ingrid hier nou ook profijt van, of alleen Jan-Karel en Carlijn? 'Eh... kunst is ook prestige - je laat de grootsheid van je land zien.'

Het volledige artikel uit deze editie (02/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.

Migrantenkerken

afbeelding-2_3
Er zijn meer christen- dan moslimmigranten in Nederland. Ze treffen elkaar in huiskamers, garages en afgehuurde kerkgebouwen. In de aanloop naar Kerst bezocht HP/De Tijd vijf migrantenkerken in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.

“Applaus voor John,” zegt dominee Emmanuel Koney van de Pentacost Revival Church tijdens een vrolijke drie uur durende zondagmiddagdienst in de Amsterdamse Bijlmer. Hij heeft John net de hand geschud ten overstaan van de ruim honderd kerkgangers van voornamelijk Ghanese afkomst. John is vandaag nieuw in de kerk en is daarom naar voren geroepen. “Goed zo John,” zegt dominee Emmanuel bemoedigend en wijst naar iemand achter in de zaal. “Ga je daar maar inschrijven.”Nederland telt volgens hoogleraar Hijme Stoffels van de Vrije Universiteit te Amsterdam veel meer christenmigranten dan moslimmigranten: 1,3 miljoen tegenover 907.000, schat hij. Stoffels bestudeert migrantenkerken en baseert zijn cijfers op het aantal immigranten uit een bepaald land en de procentuele geloofsverdeling in dat land: 800.000 christenmigranten zijn afkomstig uit Europa en Noord-Amerika. De ruim 500.000 anderen komen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika.

Het volledige artikel uit deze editie (50/2010) van HP/De Tijd is alleen toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice. Bent u nog geen abonnee? Klik dan hier om voordelig abonnee te worden.

Het corpsballenkabinet

Pasted Graphic 2

De regering wil trage studenten gaan beboeten. Opmerkelijk, want de ministers namen zelf ruimschoots de tijd voor hun studie. Waarom eigenlijk? Hingen ze in de kroeg, of spelden ze hun boeken van kaft tot kaft? HP/De Tijd dook in het studentenleven van Mark Rutte en de zijnen. 'Twee tellen later stond Ivo Opstelten al in zijn onderbroek...'

Het volledige artikel uit deze editie (49/2010) van HP/De Tijd is alleen toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice. Bent u nog geen abonnee? Klik dan hier om voordelig abonnee te worden.

De nadagen van Femke

afbeelding-4
Femke Halsema is van plan om na de Statenverkiezingen van maart het Binnenhof te verlaten. 'Ze is moe en gedemoraliseerd', zeggen insiders. Tijd voor een terugblik op een carrière waar meer in had gezeten.

Femke Halsema krabt even op haar achterhoofd en werpt dan een kushandje de menigte in. “Fem-ke, Fem-ke, Fem-ke!” roepen haar partijgenoten en bewonderaars. Het is 9 juni 2010 en ze betreedt Nieuwspoort om met haar achterban de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen te vieren. Halsema wordt geflankeerd door een horde cameramannen en fotografen. In iedere uithoek van het Haagse perscentrum hangen posters met haar beeltenis en de leus ‘Klaar voor de toekomst’. De GroenLinks-partijleidster lijkt ineens te beseffen dat iedereen dolblij is met het verkiezingsresultaat en begint dan zelf ook uitzinnig te gillen.

Er volgt een knuffel met goede vriend Kees Vendrik. Ze loopt naar het podium, neemt plaats achter een katheder en steekt van wal. ”Ik ben een beetje beduusd, eerlijk gezegd, ook van deze ontvangst. Laten we wel wezen, in een zo versplinterd politiek landschap en met een zo harde premiersstrijd, is dit echt een fantastische en ongelooflijke overwinning die we hebben geboekt, en ik ben er ongelooflijk trots op dat we dat samen hebben gedaan. Echt geweldig.” Ze klapt nog eens blij in haar handen. “Het is nauwelijks mogelijk om GroenLinks te passeren. GroenLinks boekt een formidabele overwinning en GroenLinks gaat een nieuwe periode in waarin wij wellicht gaan regeren.”

Maar tijden veranderen – en nergens veranderen ze zo snel als in Den Haag. Want daar was vorige week opnieuw een feestelijk bedoelde bijeenkomst belegd door de partij van Halsema, ditmaal in café Dudok, tegenover het Binnenhof. Aanleiding: de verschijning van Van de straat naar de staat?, een door politicoloog Paul Lucardie en historicus Gerrit Voerman samengestelde bundel ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van GroenLinks. Ter inleiding was er muziek van een best aardig bandje, óók als protest tegen de bezuinigingen op de cultuursector, maar de stemming wilde er maar niet in komen. Halsema, met een glaasje jus in haar handen, knoopte hier en daar een gesprekje aan en luisterde met aandacht naar de toespraken van Voerman en Lucardie. Daarna nam ze zelf het woord en pleitte ze in een korte speech voor meer progressieve samenwerking tussen GroenLinks, de PvdA en D66. De ongeveer negentig aanwezigen hoorden haar beleefd aan, namen nog een slokje en vertrokken weer even stilletjes als ze waren gekomen. Het later die avond geplande optreden van Halsema in Nieuwsuur, waar ze namens haar jarige partij nogmaals voor meer progressieve samenwerking had willen pleiten, werd even later gecanceld: Halsema bleek zich niet zo lekker te voelen.

Het volledige artikel uit deze editie (48/2010) van HP/De Tijd is alleen toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice. Bent u nog geen abonnee? Klik dan hier om voordelig abonnee te worden.

Dagboek van een bejaardenbroeder-2

undercoverhp2
‘Kleinschalig wonen’ en ‘zorgzwaartepakketten’ zijn de nieuwe toverformules die demente bejaarden een humane behandeling moeten garanderen. Maar wat komt er in de praktijk van terecht? Deel 2 van een tweeluik. ‘Als ze allemaal maar liggen en hun pillen hebben gehad.’

“Eigenlijk vind ik dit niet kunnen,” zegt de vrouw van een bewoner in de keuken terwijl ze me wijst waar het brood staat. Ik ben dolbij dat ze er is, want het scheelt me veel tijd bij het zoeken naar allerlei spullen. “Gisteren was er ook al iemand voor het eerst die niets kon vinden,” zegt ze. “Helemaal alleen, dat is toch onverantwoord.”

Vanavond werk ik in de Oranjehof, een gloednieuw gebouw in Rotterdam-Zuid. Ik draai mijn allereerste avonddienst in deze instelling voor kleinschalig wonen, een populaire woonvorm die de zorg voor demente ouderen voor alle partijen niet alleen beter maar ook leuker moet maken.
Ik had me erop verheugd. Bij kleinschalig wonen begeleid je een kleine groep mensen: je kookt met ze, doet samen de was, helpt ze terloops onder de douche en brengt ze naar bed, eigenlijk zoals ze dat thuis zelf zouden doen. Omdat de groep niet zo groot is, heb je alle tijd en aandacht om ze een plezierige avond te bezorgen. En ik had gehoord dat je in de Oranjehof met z’n tweeën werkt, zodat er altijd iemand een oogje in het zeil kan houden. Kleinschalig wonen leek een verademing na de andere tehuizen.
Maar bij binnenkomst hoor ik dat ik me alleen moet zien te redden met een groep van negen zwaar demente bejaarden. Niet omdat mijn collega ziek is, nee: dit is de dagelijkse gang van zaken. Er is een lijst met wat ik op welke tijden moet doen. Tijd om de dossiers van de bewoners te lezen, heb ik niet. Ik moet ze medicijnen en avondeten geven, een aantal bewoners douchen en er zoveel mogelijk naar bed brengen voor mijn dienst erop zit.

Lynne*, een tengere collega die de taal van de straat beheerst, heeft dagdienst gehad en geeft me voor ze vertrekt nog een korte instructie. “Het gaat allemaal goedkomen, schat. Je doet gewoon alsof je thuis bent en als iets niet kunt vinden, trek je gewoon alle kasten open. Als ik jou was, zou vroeg beginnen met de pillen op de andere afdeling, want Nel mag die zelf niet uitdelen. En dan ga je hier de tafel dekken. Je weet toch...”
Dat wist ik niet: ik moet dus ook nog op de aangrenzende afdeling medicijnen uitdelen, omdat collega Nel daar niet de juiste diploma’s voor heeft.
“Reageren de bewoners wel op hun naam?” vraag ik.
“Nee.”
“Hoe weet ik dan wie ik welke medicijnen moet geven?”
“O, ze hebben allemaal hun eigen kleding aan.”
De naam van de bewoners staat in het label van hun hemd, blouse, trui of vest. Met andere woorden: eerst even in de kraag gluren voor ik iemand pillen geef.

Lees verder

Lees ook de reacties op dit artikel op de site van HP/DeTijd

Abonnees kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice. Bent u nog geen abonnee? Klik dan hier om voordelig abonnee te worden.

Dagboek van een bejaardenbroeder

undercoverhp1
Er komen steeds meer ouderen die hulp nodig hebben, en steeds minder mensen die die willen bieden. Daardoor ontstaan gevaarlijke situaties. Het nieuwe kabinet belooft daar wat aan te doen. Dat is hard nodig. Want hoe wordt uw vader of uw moeder verzorgd in het verpleeghuis? En wie wast er straks úw billen? Deel 1 van een tweeluik over mensonterende toestanden in de ouderenzorg. ‘Ik wil naar huis.’

Als ik tijdens mijn dienst de gang in loop, is het eerste geluid dat ik hoor een plof, het tweede een knal, en zie ik een houten tuinbank op de grond vallen. Ik werk deze avond in Het Kompas, een gesloten afdeling voor psychogeriatrie van verpleeghuis Pniël, dat weer onderdeel is van de Rotterdamse zorgaanbieder Zorggroep Rijnmond. “Au-au-auw,” galmt het door de donkere gang. Ik ren erheen. Meneer Deelstra*, een dementerende bewoner gekleed in zwarte trainingsbroek en zwart T-shirt, ligt op de grond. Een andere bewoner, die nog aardig bij de pinken is, doet verslag: “Hij stond op, tilde de bank op en wilde ermee gooien. Toen viel hij zelf.” Mijn twee collega’s komen ook snel, en een derde, die op de afdeling boven ons werkt en de klap kennelijk heeft gehoord, stormt de trap af. Meneer Deelstra heeft pijn. Hij wijst naar zijn linkerheup en zijn rechterribbenkast. We laten hem even liggen om te zien of er iets gebroken is, maar hij kan alles nog bewegen. Uiteindelijk tillen we hem met z’n vieren op en zetten hem in een stoel. Meneer Deelstra is vaker onrustig. Hij zit graag op het tuinbankje bij de ingang van de huiskamer, of hij loopt rond op zoek naar een van zijn kinderen, voor wie hij heeft gezorgd sinds zijn vrouw hem in de steek liet voor een ander. Ook is hij door de dementie ongeremd geworden en maakt hij seksueel getinte opmerkingen, waar niet alle dames op de afdeling, het personeel incluis, van gediend zijn. De val van meneer Deelstra is het sluitstuk van een chaotische avonddienst.

Al bij mijn binnenkomst beende een anders vrij rustige mevrouw onafgebroken over de afdeling alsof haar laatste trein ieder moment zou vertrekken. Haar onrust leek over te slaan op een andere bewoonster, die met haar rolstoel dwangmatig achter het personeel aanrijdt en dingen roept als: “Doe mijn deur eens open. Waarom is mijn deur niet open?” Weer een andere mevrouw viel bijna uit haar rolstoel doordat het haar lukte om het tafelblad dat haar op haar plek moest houden eigenhandig te verwijderen. Vanavond hadden vrijwel alle bewoners heel volle inco’s (incontinentieluiers), soms zo vol dat hun kleding er nat en vies door was geworden. Bij het verschonen trof een collega de dure parelketting van de ene bewoner in de volgepoepte luier van een andere bewoner aan. Nadat een collega insuline had gespoten bij een bewoner, prikte ze per ongeluk met de naald in haar vinger. Daarvoor moet een formulier worden ingevuld, net als voor de valpartij die op het nippertje werd voorkomen en de andere waarbij dat helaas niet was gelukt. Zelf werd ik, toen ik een toiletdeur opendeed, verrast door een wc-pot, wasbak, muur en invalidesteunen die waren volgesmeerd met ontlasting. Allemaal zaken die in een verpleeghuis de orde van de dag zijn, maar vandaag zijn er niet genoeg mensen in dienst om ze goed op te kunnen vangen.

Lees verder

Lees ook de reacties op dit artikel op de site van HP/DeTijd
Lees ook over de Kamervragen n.a.v. deze reportage

Abonnees kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice. Bent u nog geen abonnee? Klik dan hier om voordelig abonnee te worden.

Op zoek naar nuance

Met Congo - Een geschiedenis schreef David van Reybrouck een vuistdikke pil die de historie van de voormalige Belgische kolonie beschrijft. Hij interviewde honderden Congolezen om zijn verhaal een gezicht te geven.
De prestigieuze Amerikaanse uitgeverij Harper Collins kaapte alvast de rechten weg. 'Alles wat ik doe is een poging tot empathie.'

Het volledige artikel uit deze editie (43/2010) van HP/De Tijd is alleen toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice. Bent u nog geen abonnee? Klik dan hier om voordelig abonnee te worden.


Een eeuwige dilettant

Tom Lanoye schreef met Sprakeloos een monumentale ode aan zijn overleden moeder. Het is het zoveelste werk van de Vlaming dat in de running is voor een literatuurprijs. Wie is Lanoye en waar komt zijn stormachtige gedrevenheid vandaan? Herman Brusselmans: 'We delen de kijk op literatuur. Het moet rock-'n-roll zijn.

Het volledige artikel uit deze editie (43/2010) van HP/De Tijd is alleen toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen
inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice. Bent u nog geen abonnee? Klik dan hier om voordelig abonnee te worden.

Vriendin Stieg Larsson ontkent deal erfenis

“Mijn advocaat weet van niets,” schrijft Eva Gabrielsson, de ‘weduwe’ van bestsellerauteur en journalist Stieg Larsson, in een e-mail aan HP/De Tijd. Maandag meldde de Zweedse krant Svenska Dagbladet dat de vader en broer van Stieg Larsson haar 20 miljoen Zweedse Kronen (2 miljoen euro) hebben geboden om de strijd om de erfenis te kunnen afsluiten. Gabrielsson: "De familie zoekt vaker de media op zonder officieel mijn advocaat met een voorstel te benaderen."

Lees verder
Lees ook

De erfenis van Stieg Larsson

Precies vijf jaar geleden overleed Stieg Larsson. Zijn Millennium-trilogie voert alle bestsellerlijsten aan. Zijn nabestaanden voeren een bittere strijd om de nalatenschap, die doet denken aan Larssons eigen thrillerplots.

Lees verder