Arjan Ederveen: 'Ik heb geen toeters en bellen meer nodig'
12/10/11 HP/De Tijd

“De heroïnespuit is missing,” zegt Arjan Ederveen (55) tegen een dame van het productieteam. Hij staat in de zaal van het Amsterdamse Polanentheater, waar elk moment de doorloop van zijn onemanshow Ederveenzaamheid kan beginnen. “Weet je zeker dat die niet bij je thuis ligt?” riposteert de dame. “Nee,” antwoordt Ederveen, “ik heb hem hier gister nog gebruikt.”
De spuit hoort op een blok te liggen dat hij straks zal gebruiken als hij in de hoedanigheid van politicus Wouter een presentatie houdt over een ‘carpoolplaats slash tippelzone’. Het blok staat dan model voor een ‘gebruikerskeet’, en de spuit maakt deel uit van een wedstrijdwinnende inzending van een kunstenares. Het is de bedoeling dat de spuit vanaf het dak van de keet water sproeit in een grote lepel. We moeten de spuit er tijdens deze repetitie maar even bij denken.
De heroïnefontein is een treffend voorbeeld van het werk van de man die met Theo en Thea, Kreatief met kurk, 30 minuten en tal van cabareteske stukken landelijk bekend werd. Absurdistisch, op de grens van het toelaatbare of er zelfs over mits het op de lachspieren werkt, en het indirect zegt het bovendien iets over onze maatschappij.
Albert Verlinde is vandaag ook bij de repetities, als producent van deze show. “Wat zo knap is,” zegt Verlinde, “is dat je denkt dat die wereld van Arjan op zichzelf staat. Maar als je het geheel bekijkt, blijkt het pijnlijk herkenbaar te zijn.”
De regisseur is Rick Hoogendoorn, die Arjan nog kent van de kleinkunstacademie. “Het stuk is gênant, grappig en gevoelig,” vindt Hoogendoorn. “Er is weinig decor, want het is crisis, dus ook op het podium. Voor Ar is het van belang dat hij zijn teksten kent. Als hij die maar beheerst, komt het goed.”
Met die teksten gaat het deze repetitie nog niet zo lekker. Hij krijgt ze maar met moeite in zijn hoofd gestampt, vooral door zijn handicap: dyslexie. Daarom spreekt hij iedere ochtend af met een werkstudent die twee uur lang de tekst met hem doorneemt. Tijdens de doorloop zal ze hem af en toe onderbreken: “Ar. Het is ‘gedooghonden’.”
Ederveen: “Shit! Gedooghonden!”
Het volledige artikel uit deze editie (41/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
Het gezin van 2050
05/10/11 HP/De Tijd

U ontwikkelt een visie op de toekomst door huidige generaties te analyseren. Kunt u een typering geven?
“De huidige twintigers en dertigers zijn in zekere zin compromisloos. Veel van hen zijn gewend dat alles wat ze willen ook kan en mag. Het recht op vrije keuze is ze met de paplepel ingegoten toen ze opgroeiden in een periode dat de welvaart enorm toenam. Die onbelemmerde keuzevrijheid zet zich vast in iemands karakter als een soort recht.
“In mijn boek Liefde à la Carte, dat ik samen met Malou van Hintum heb geschreven, staat een interview met een dertigjarige historica die het uit had gemaakt met haar vriend omdat ze bang was dat hij de laatste man zou zijn waar ze ooit seks mee zou hebben. Ze keek naar wat ze niet had en veronderstelde recht te hebben op meer. Keuzestress in opperste vorm. Het resultaat: doelloos lovehoppen. Het lijkt op jobhoppen, ook zo’n onrust die past bij de huidige twintigers en dertigers.”
Waar komt dat onrustige gedrag toch vandaan?
“Het heeft uiteraard te maken met onze economie, die eist dat we flexibel zijn en ons nergens aan binden. Loyaal zijn aan een werkgever is onderhand sullig geworden. Maar ook ontkerkelijking speelt een rol. Van de huidige autochtone jeugd is de meerderheid niet meer gelovig, blijkt uit cijfers van het CBS. Toen iedereen nog in een opperwezen geloofde, accepteerde men het leven als een tranendal en ging men ervan uit dat het in het hiernamaals allemaal beter zou worden. Met de ontkerkelijking kwam het besef dat het leven eindigt bij de dood. Daarmee is de druk heel hoog om er nú alles uit te halen wat erin zit.
Je bent zelf verantwoordelijk geworden voor je geluk of ongeluk. Is iets niet leuk, dan ben je het bijna aan jezelf verplicht om over te stappen naar iets anders. Hét kenmerk van een maakbaar leven. Daarom zijn nieuwe generaties zo geobsedeerd met het maximale uit het leven te halen. Ze durven tegen niets ‘nee’ zeggen. Stel dat je iets mist? Uiteindelijk kan dat voor sommigen een groot probleem worden. Het is in wezen zielig als het je in een wereld van ongekende mogelijkheden ontbreekt aan zelfdiscipline, aan inzicht dat je jezelf ook weleens iets moet kunnen ontzeggen.”
Het aantal alleenstaanden neemt volgens het CBS zelfs nog met één miljoen toe.
“Door lovehoppen zijn er meer echtscheidingen en blijft men tussen relaties door langer alleen.”
Een heel andere reden voor de toename in alleenstaanden is volgens het CBS de vergrijzing. Die is in 2038 op zijn hoogtepunt, met 4,5 miljoen 65-plussers – twee miljoen meer dan nu. Terwijl er nu al te weinig mensen zijn die in de ouderenzorg willen werken. Nemen we daarom in de toekomst onze ouders weer ouderwets in huis?
“Nee, een kwart van de toekomstige ouderen heeft niet eens kinderen die hen in huis zouden kunnen nemen, en ik denk dat de overige ouderen dat niet willen.”
Het volledige artikel uit deze editie (40/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
Van top tot teen in plastic
10/08/11 HP/De Tijd

Het volledige artikel uit deze editie (32/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees. Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
Het pop-up-restaurant
20/07/11 HP/De Tijd

Het begint met een aankondiging op Facebook. Daar lezen we dat het Guerilla Restaurant, een eenmalige eetgelegenheid in Amsterdam, in aantocht is. We willen dat weleens meemaken, al blijkt dat lang niet zo makkelijk.
Eerst moeten we naar café Struik aan de Rozengracht voor een kaartje. We betalen 25 euro en kiezen welke eetronde we willen bijwonen: die van 19.00 uur, 23.00 uur of 03.00 uur ’s nachts. Het wordt de eerste. Op ons ticket staan een telefoonnummer en een instructie (in het Engels): bel op deze datum na 12.00 uur voor de locatie.
Als we die middag bellen, wordt er niet opgenomen, maar horen we op de voicemail dat vandaag de locatie bekendgemaakt zal worden. Precies, daar bellen we dus voor. Ook bij herhaaldelijk terugbellen neemt niemand op. Tot ineens de voicemail is veranderd. We horen dat we naar Amsterdam-Noord moeten, de weg uit moeten lopen, een keer linksaf moeten en een brug vol graffiti zullen passeren. We lopen een flink eind.
Dan zien we om 19.00 uur een groep mensen voor de deur van een oud uitziend bedrijfspand staan. Ze zijn jong en hip: mooie slanke meisjes met weinig make-up, kleding alsof het zomaar van de rommelmarkt is geplukt (maar dan wel in de juiste tinten oranje, bruin of met een rood of blauw houthakkersruitje), het haar in een achteloos oma-knotje en jongens met baarden, skinny jeans en T-shirts met diepe decolletés.
De deur gaat open. Binnen staan picknicktafels klaar waar alle tachtig bezoekers dicht, héél dicht op elkaar aan kunnen schuiven. Door de speakers klinkt salsamuziek, en er is een interactieve kunstinstallatie waarmee we met licht kunnen schrijven.
Dan komt langzaamaan het eten. Eerst sushi. Dan miso-soep. Vervolgens mie met groene asperges, ingemaakte lotuswortel en kabeljauw. Na elke gang geven we de borden aan elkaar door en helpen we de bediening met afruimen.
We drinken bier en wijn. En we praten. De sfeer is ontspannen, hippieachtig bijna.
Het pop-up restaurant blijkt avonturiers te trekken. “Je weet niet wat je te wachten staat en je komt op plekken waar je anders nooit zult komen,” zegt Els Minsink (29) terwijl ze met de armen over elkaar in de rij staat voor het enige toilet in het gebouw. “Ik hou van afwisseling en vernieuwing.”
Tim Injo, die bij het organiserende collectief Hotmamahot hoort, sluit zich daarbij aan: “Als het allemaal wat onduidelijk en geheimzinnig is, vinden mensen het veel interessanter en spannender om te komen. Daarom zijn zowel het menu als de locatie geheim.”
Als wegens onwaarschijnlijk noodweer de lichten uitvallen en er kaarsen en later zaklampsleutelhangers worden uitgedeeld, weten we het zeker: we hebben er wat voor over moeten hebben, maar dit kunnen we morgen aan iedereen vertellen die geen kaartje heeft kunnen bemachtigen.
Het volledige artikel uit deze editie (28-29/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees. Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
De dag dat Alphen rood kleurde
13/07/11 HP/De Tijd

Drie maanden geleden schoot Tristan van der Vlis drie wapens leeg op de winkelende mensen in de Ridderhof in Alphen aan den Rijn. Zeventien mensen raakten gewond, zeven mensen, inclusief hijzelf, overlijden ter plekke. Wat gebeurde er die dag precies, en wie waren de slachtoffers?
Peter Onyegbari kijkt Tristan van der Vlis recht in de ogen en ziet totale rust. Koelte. Tristan, een jongen van 24, draagt camouflagekleding en een dikke zwarte jas. Hij heeft een geweer vast dat hij omhoog houdt tegen zijn borst. De loop wijst naar de helderblauwe lentelucht.
Het is zaterdag 9 april, iets voor twaalf uur ’s middags, en de 45-jarige Peter, van oorsprong een Nigeriaan, is net winkelcentrum de Ridderhof in Alphen aan den Rijn uit gelopen, via de uitgang naar het Carmenplein. Vlak achter hem loopt een Syrische man, Nadim Youssef. Onder aan de trap komt Peter een oude bekende uit Leiden tegen. Hij blijft staan en draait zich om naar zijn vriend. Nadim loopt door naar zijn auto, die vlak voor hen aan de stoep is geparkeerd, en steekt zijn autosleutel in het slot.
Net als Peter met zijn kennis wil gaan praten, hoort hij ‘ratatatata’. Hij draait zich om en hoort glasgerinkel. De autoruiten sneuvelen rond Nadim, die nog steeds voorovergebogen staat en zijn sleutel probeert om te draaien. Dan ziet Peter Nadim naar zijn buik grijpen, terwijl hij kreet slaakt. Ten slotte zakt hij op de grond in elkaar.
Peter begrijpt niet wat er gebeurt. Is het een spelletje? Wordt er iets nagespeeld uit een film? Hij kijkt om zich heen om te zien waar het geluid vandaan is gekomen.
Als hij aan zijn vriend wil vragen of die soms weet wat er aan de hand is, ziet hij hem vanuit zijn ooghoek wegrennen. Daarna ziet hij Tristan.
Tristan laat zijn geweer langzaam zakken en richt dan in Peters richting. Het enige dat Peter kan denken is: weg!
Alles gaat razendsnel. Hij laat de boodschappentassen met gehakt, pepers en broodjes uit zijn handen vallen en zet het op een lopen. ‘Ratatatatata’ hoort hij weer, nu achter zich. De kogels vliegen om hem heen. Dan voelt hij hoe de koude stukjes metaal de achterkant van zijn armen raken, zich er met het volste gemak doorheen boren en de andere kant van zijn armen met bloed en al weer naar buiten komen.
Hij weet dat ik hem gezien heb, denkt Peter. Hij wil geen getuigen. Hij wil mij dood hebben. Hij komt achter me aan. Niet omkijken. Doorrennen. Peter heeft zijn slippers uit getrapt om vaart te kunnen maken.
Tussen het Carmenplein en de Burgemeester Bruins Slotsingel is een fietssluis – drie strategisch geplaatste hekken tussen restaurant Pyramide en een flatgebouw – die moet zorgen dat voorbijgangers niet al te veel vaart kunnen maken. Maar die hindernis kan Peter nu niet gebruiken. Niet stoppen, springen! denkt hij. Hij zet zich af met zijn ene been, en terwijl hij de lucht in gaat, hoort hij achter zich opnieuw: ratatatata. In zijn sprong voelt hij de kogels die waarschijnlijk voor zijn bovenlichaam waren bestemd in zijn bovenbenen dringen. Door zijn linkerbeen komt één kogel weer naar buiten. Een andere blijft zitten. Hij verliest zijn evenwicht en valt over het hekje. Doorgaan, denkt Peter. Niet blijven liggen. Lopen. Weg!
Het volledige artikel uit deze editie (28-29/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees. Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
In de regen met Geert & Gerda. 'Bill Clintons charisma is verbluffend'
30/05/11 HP/De Tijd

Er hangt een regendruppel aan de neus van Sesamstraat-coryfee Gerda Havertong. Ze trekt haar doorzichtige poncho verder over haar hoofd. De kleurige doek die ze voor deze gelegenheid heeft opgedaan, wordt geplet door het plastic.
Het is zaterdag 28 mei en Havertong zit samen met een keur aan gastsprekers op de voorste rijen voor de Zwaan, een open podium op de conventie van Achlum. Voormalig Minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders is er ook. Hij heeft geen poncho kunnen bemachtigen, dus is zijn pak nat. "Hé Gerda!" roept Koenders. ‘Wat zie je er goed uit!’"Havertong lacht haar aanstekelijk lach, al horen we er ook een beetje kiespijn in.
Zo meteen komt voormalig president van de Verenigde Staten Bill Clinton een key note speach houden. De hele dag had het al flink gewaaid op deze bijeenkomst in het Friese dorpje waar 200 jaar geleden zorgverzekeraar Achmea is opgericht. Kosten noch moeste zijn gespaard: Honderdvijftig sprekers en tweeduizend genodigden hebben er daarom van gedachten gewisseld over de toekomst en over solidariteit. Door de komst van Clinton is Achlum hermetisch afgesloten.
En nu, vlak voordat het goed beveiligde Friese veld een van de bekendste wereldleiders mag verwelkomen, stormt het op de conventie van Achlum. Er is een run op Achmea-poncho’s en Achmea-paraplu’s. Er is sprake van het verplaatsen van Clinton naar een van de overdekte tenten bij het Kaatsveld. Maar die blijken, zo gonst het in de oude kerk en in sommige boerderijen, niet goed beveiligd te kunnen worden op mogelijke aanslagen.
De vraag is of Clinton genoeg starpower heeft om de bezoekers en sprekers van deze conventie in de zeikregen te laten staan om naar hem te luisteren. Dat heeft hij. Daarom hangt er nu ook een regendruppel aan de neus van Erben Wennemars en is de kenmerkende haardos van Geert Mak zwaar van het regenwater. Eigenlijk is alleen Thomas von der Dunk droog - maar die draagt dan ook een leren motorpak.
Dan komt Clinton op. Gerda Havertong houdt even haar adem in en Bert Koenders filmt alles met zijn iPhone. Clinton leunt een beetje op het katheder en zet sommige woorden kracht bij met een stevig handgebaar. Zijn charisma is verbluffend. Hij zegt: “I love the Netherlands." Hij zegt: “Wees solidair”. En hij grapt dat als hij zelf solidair was, hij ons allemaal op het podium zou vragen om uit de regen te kunnen blijven.
Als Clinton is uitgesproken staat Gerda Havertong op en speert naar de uitgang. Op zoek naar warmte op de conventie van Achlum.
Niet kosjer: de rabbi, de declaraties en de 'spookstudenten'
06/04/11 HP/De Tijd

De joodse basisschool Rosj Pina oogt als een vesting. Uit angst voor aanslagen staat er een muur omheen, houden camera’s iedere hoek in de gaten en houdt voor een stalen deur een beveiliger met een opzichtig ‘oortje’ de wacht. We willen naar binnen voor onze afspraak met Bas de Bruijn, sinds een jaar voorzitter van het Nederlands-Israëlitisch Seminarium (NIS). Dit opleidingsinstituut voor rabbijnen huurt een paar lokalen van Rosj Pina. Hoewel De Bruijn ons verwacht, vraagt de beveiliger ons het hemd van het lijf. Wie zijn we? Wat komen we doen? We laten onze identiteitsbewijzen zien en dan gaat de zware metalen deur open. Bas de Bruijn vangt ons op en gebaart ons te gaan zitten in een vergaderruimte met her en der hoge stapels boeken. Het is er zo overvol omdat het NIS net is verhuisd en De Bruijn naar eigen zeggen bezig is met een stevige reorganisatie.
Als we onze tipgevers, prominenten uit de joodse gemeenschap, mogen geloven, is dat broodnodig. Driekwart jaar geleden benaderden ze HP/De Tijd, onafhankelijk van elkaar, met tips over fraude bij het NIS.
Ze willen anoniem blijven. “Anders word ik uit de gemeenschap verstoten,” zegt de een. “Mijn kinderen moeten gewoon naar joodse les kunnen blijven gaan,” verklaart de ander. “Maar ik wil dat dit naar buiten komt, omdat het onze gemeenschap verziekt en corrumpeert. De joodse gemeenschap is normaal gesproken vrij gesloten, maar we moeten schoon schip maken. Zowel overheidsgeld als geld uit de joodse gemeenschap wordt misbruikt.”
Onze bronnen hebben het over ‘spookstudenten’ en over ‘onterecht uitgeschreven diploma’s’ bij het door het Rijk gesubsidieerde seminarium. Daarnaast zou rector Evers exorbitante kosten maken. Daarvoor wordt, aldus de bronnen, overheidsgeld gebruikt dat is bestemd voor het opleiden van rabbijnen en orthodox-joodse docenten.
Volgens goed journalistiek gebruik checkten we de verhalen. Dat resulteerde in een lange zoektocht die steeds meer op een soap ging lijken, compleet met vreemde telefoontjes, verwensingen en een bizarre mail van ene ‘Deep Throat’.
Het volledige artikel uit deze editie (14/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Zij kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
Hoe homovriendelijk is Nederland?
30/03/11 HP/De Tijd

Maurice de Hond deed voor HP/De Tijd onderzoek naar de tolerantie. De cijfers stellen gerust: homoseksualiteit is breed geaccepteerd, al hoeven we Amsterdam niet per se terug als roze hoofdstad en voelen homo’s zich steeds minder veilig.
Stelt u zich de volgende bordesscène voor: kroonprins Willem-Alexander schraapt zijn keel, wriemelt zenuwachtig aan zijn colbertjasje en zegt onder het oog van snorrende camera’s dat hij iets moet opbiechten dat hij al té lang verborgen heeft gehouden: hij wordt de eerste homoseksuele koning van Nederland. Is dat dan een probleem? Welnee, 83 procent van de Nederlanders zou zijn geaardheid niet als obstakel zien. Mocht minister-president Mark Rutte – wellicht aangewakkerd door de bekentenis van Willem-Alexander – melden dat hij niet op zoek is naar een first lady, maar naar een first husband, doen we daar eveneens niet moeilijk over. Slechts 14 procent van de Nederlanders zou dat een probleem vinden. Trouwen? 86 procent van de Nederlanders vindt het prima dat homo’s en lesbo’s met elkaar in het huwelijk kunnen treden, en liefst 71 procent vindt dat zij ook kinderen moeten kunnen adopteren.
Kortom: homoseksualiteit is in Nederland alom geaccepteerd, blijkt uit onderzoek van Maurice de Hond, dat hij speciaal voor HP/De Tijd deed. Hij ondervroeg 2000 mensen naar hun opvattingen over homoseksualiteit. “Als je hetzelfde onderzoek twintig of dertig jaar geleden had gedaan, dan had je niet dit soort positieve cijfers gezien,” zegt De Hond.
Op de vraag ‘Denkt u dat homoseksualiteit is aangeboren?’ antwoordt 70 procent van wel, 13 procent weet het niet en 17 procent denkt van niet. Zelfs onder homoseksuelen is niet iedereen het daar over eens. De Hond deed een vergelijkend onderzoek onder 500 homoseksuelen. 4 procent van de homomannen en lesbische vrouwen denkt niet dat het aangeboren is. Respectievelijk 7 procent en 10 procent wisten het niet zeker.
Openlijke vertoning van affectie wordt van homoseksuelen aanstootgevender gevonden dan bij heteroseksuelen. Als een man en vrouw op straat zoenen, vindt een kwart van de Nederlanders dat storend. Als twee vrouwen zoenen, heeft een derde daar problemen mee. En als twee mannen zich niet in kunnen houden, stoort 45 procent zich daaraan.
Overigens, homoseksuelen vinden dat zelf ook niet altijd even prettig om te zien. “Ze zijn er iets vrijer over in hun gedachten, maar het is toch nog een redelijke groep,” zegt De Hond. Een vijfde van de homomannen die andere mannen zien zoenen, vindt dat aanstootgevend. Al vinden ze dat van een man en een vrouw nog vervelender (27 procent). Lesbische vrouwen vinden grappig genoeg andere kussende lesbiennes iets moeilijker om naar te kijken dan een kussend heterostel (28 procent tegenover 25 procent).
Het volledige artikel uit deze editie (13/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
Hoe homo's verschillen van hetero's
30/03/11 HP/De Tijd

Klopt het vooroordeel dat homomannen veel crèmes gebruiken, dat ze graag stappen en dat ze veel geld besteden aan kleding? En kiezen lesbiennes voor een technische opleiding en stappen ze in hun vrije tijd op de motor?
Voor het eerst is onderzoek gedaan naar de levensstijl van homoseksuelen. Lex van Meurs, research director bij onderzoeksbureau Intomart GfK is de laatste gegevens nog aan het verwerken, maar geeft HP/De Tijd vast de primeur: uit zijn onderzoek blijkt dat veel stereotypen over homo’s en lesbiennes waar zijn.Van Meurs vergeleek in een groep van 74.000 mensen de homo’s met de hetero’s. “We hebben profielen gedraaid en gevraagd naar opleiding, huisvesting, relaties, inkomen en waar dat aan besteedt wordt.”
Hij ontdekte dat homomannen relatief vaker een zorgopleiding volgen, een kunst en cultuurstudie kiezen of zich in talen verdiepen. Lesbische vrouwen kiezen relatief vaker voor een ICT- of techniekopleiding en zijn ook meer dan heterovrouwen terug te vinden in de land- en bosbouw en visserij.
Homo’s komen in alle sociale klassen in gelijke mate voor, maar homoseksuelen zijn over het algemeen wat hoger opgeleid dan heteroseksuelen. Ze wonen vooral in de grote stad, met name in Amsterdam (waar één op de zeven een onderkomen heeft). 64 procent van de homomannen en 70 procent van de lesbiennes zegt een relatie te hebben, tegenover 84 procent van de heteromannen en 78 procent van de heterovrouwen.
Homo’s zijn dus vaker alleenstaand. Ze bewonen vaker een zelf aangekochte etagewoning en besteden hun geld anders. Eén op de drie homomannen zegt bijvoorbeeld waarde te hechten aan modieuze merkkleding of producten – dat is bijna twee keer zo veel als heteromannen. Het merk Apple is zeer populair: iMacs, iPods en iPads worden twee keer zo veel aan homo’s verkocht als aan hetero’s.
Ook zeggen homo’s regelmatiger uit te gaan en vinden ze het belangrijker dan hetero’s om trendy en chique clubs te bezoeken. Ze drinken meer: 8 glazen alcohol per week, waar hetero’s 7,1 glas per week achteroverslaan. “Al denk ik wel dat mensen zoiets moeilijk in kunnen schatten en dat snel aan de lage kant houden,” zegt Van Meurs. Wat hem daarbij opviel, was dat homomannen vaker wijn drinken dan bier en ook meer gedestilleerde drank tot zich namen. Lesbiennes hebben overigens de grootste voorkeur voor bier en drinken ook bijna twee keer zo veel als heterovrouwen.
Een ander opvallend verschil: homomannen besteden veel meer geld aan cosmetische producten dan heteromannen. Grote kans dat in hun badkamers dag-, oog- en antirimpelcrèmes, scrubs en camouflageproducten te vinden zijn. Lesbiennes gebruiken juist minder make-up dan heterovrouwen. Alleen haargel is erg populair. Homo’s kiezen ook voor andere winkels. De Bijenkorf is een uitschieter naar boven. Stel dat u daar bij een volgend bezoek een man ziet bij een kledingrek, dan is de kans groot dat het hier om een homo gaat: de Bijenkorf is onder homo’s 2,5 keer populairder dan onder heteromannen. Daarnaast is reizen populair. De lesbienne zit graag op de motor en over het algemeen gaan homoseksuelen ook vaker op vliegvakantie.
Hoewel dit allemaal generalisaties zijn en geen enkele homoseksueel of heteroseksueel zich identiek gedraagt, maakt het onderzoek wel duidelijk dat de algemene lifestyle van homoseksuelen anders is. Homotijdschriften zullen met dit onderzoek in hun handjes klappen: weer een argument om adverteerders mee te paaien!
Test úw homokennis in de HP/De Tijd van deze week.
De lange weg naar het homohuwelijk
30/03/11 HP/De Tijd

“Stond ik aan de bakermat van het homohuwelijk?” De stem van Mies Bouwman klinkt oprecht verbaasd en opvallend helder door de telefoon. Normaal geeft de grande dame van de Nederlandse televisie geen interviews, maar voor deze ene keer wil ze een uitzondering maken, al moet ze zelf eerst nog overtuigd worden van haar rol.
Het zit zo: toen in 1977 de Amerikaanse zeer gelovige zangeres Anita Bryant in Florida actie voerde tégen elke vorm van homotolerantie, werd in Nederland juist een protestconcert georganiseerd onder de naam ‘Miami Nightmare’. Henk Krol was een van de organisatoren en belde Mies met het verzoek of ze de avond wilde presenteren. “Die enge Bryant predikte haat tegen homo’s in Amerika,” zegt Bouwman. “Er waren afschuwelijke verhalen van homo’s die zelfmoord pleegden.”
De toezegging van de populaire Bouwman zorgde ervoor dat artiesten in de rij stonden om acte de présence te geven, onder wie de Zangeres Zonder Naam, Pia Beck en Robert Long. De avond werd een daverend succes. “Ik heb daarna een hoop post gekregen,” zegt Bouwman. “In die tijd vonden sommige mensen homo’s walgelijk. Ik dacht alleen maar: waar zijn we mee bezig? Gelukkig is er nu meer vrijheid.”
Krol en de zijnen konden van de recette twee advertenties betalen in grote Amerikaanse kranten, waarin ze het Nederlandse antwoord op de Bryant-campagne konden verduidelijken.
Van de overgebleven 7700 gulden werd de Stichting Gelijke Relatierechten opgericht, die zich tot doel stelde om voor homo’s en lesbiennes een rechtsgeldige relatiebezegeling mogelijk te maken, vergelijkbaar met het bestaande burgerlijk huwelijk. Later ging deze stichting op in Stichting Vrienden van de Gay Krant, die actie bleef voeren voor openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht. Door uw medewerking, mevrouw Bouwman, stond u aan de bakermat van het homohuwelijk. “Het is me wat,” zegt ze. “Zolang de ellende maar ophoudt.”
Toen een jonge Boris Dittrich in Zuid-Afrika deel uitmaakte van de antiapartheidbeweging, had hij contact met jurist Edwin Cameron. We schrijven 1987. “We zaten met een groep mensen bij Cameron thuis,” zegt Dittrich telefonisch vanuit zijn kantoor in New York, waar hij nu directeur is van het Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender Program van Human Rights Watch. “Hij zette toen een boom op over de juridische aspecten aan het mogelijk maken van een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht. Toen besefte ik dat het heel idioot is dat we zomaar accepteerden dat er niet getrouwd mocht worden. Een huwelijk schept rechten en plichten, en je moet de keuze hebben om die wel of niet aan te gaan.”
Het volledige artikel uit deze editie (13/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
'Homo's hebben een goede neus voor zaken'
30/03/11 HP/De Tijd

Hoe machtig zijn Nederlandse homo's?
Zijn ze goed georganiseerd of kunnen ze nog wel een cursus lobbyen gebruiken?
Homo-activist Henk Krol over de gay vote, roze netwerken en de regenboogcreditcard.
Het volledige artikel uit deze editie (13/2011) van HP/De Tijd is toegankelijk voor abonnees.
Abonnees kunnen inloggen met een geldig e-mailadres en abonneenummer. Gegevens niet bekend? Neem dan contact op met de klantenservice.
